Hippie

De laatste tijd heb ik heimwee naar het einde van de jaren zestig, begin jaren zeventig, hoewel ik pas tien jaar later geboren werd. Spotify weet van mijn heimwee en stelt elke vrijdag een lijst met gouden ouden samen. Het luisteren naar muziek uit die tijd heeft iets troostends. Ik meen iets van hoop te horen, een soort naïef optimisme. Een vanzelfsprekendheid dat de wereld alleen maar beter worden zal. 

Op de middelbare school, in de jaren negentig, had ik ook al iets met de jaren zestig. Met vrienden kocht ik oude langspeelplaten op het Waterlooplein. Ik liep rond in een Afghaanse jas, had een legergroene tas – die mijn moeder een ‘pukkel’ noemde -. En ik droeg een Palestijnse sjaal. Niet uit activisme, of politieke overtuiging, ook al wist ik best dat Arafat die droeg. 

In mijn eerste studentenkamer was ik ook graag een hippie. Uiteindelijk woonde ik er maar een paar maanden vanwege de gaskachel en het lekkende dak. Ik kocht er een pakje sigaretten. Niet omdat ik een roker was, verslaafd worden leek me niks. Ik kocht het voor als ik alleen was. Het lag verborgen in een oud koffertje bij mijn cassettebandjes. Heel af en toe stak ik er eentje op. Voor het gevoel een hippie te zijn. 

Als ik naar de supermarkt ging moest ik de Weesperstraat oversteken, destijds een hele drukke weg. Ik ging niet via de stoplichten maar rende hem over. Op warme dagen een enkele keer op blote voeten, althans zo herinner ik het mij. Mogelijk is dit iets geromantiseerd. Maar in mijn herinnering liep ik dan op blote voeten door de supermarkt. 

Waar gaat dit verlangen over om een hippie te zijn in de jaren zestig? Is het nostalgie? Verlang ik naar een andere tijd? Dat Amsterdam nog net zo was als vroeger? Dat je zwalkt op de fiets door de stad met z’n drieën naast elkaar. Zonder de zwermen e-bikes en toeristen om je heen. Is het een nostalgisch verlangen naar mijn jeugd? Dat je jong bent en er nog geen idee van hebt dat je ooit ouder worden zal? Is het een verlangen naar de geregelde wereld zoals ik die meende te kennen? Een wereld waarin niet vooral het recht van de sterkste geldt?

Ik weet het niet precies maar het heeft natuurlijk iets met vrijheid te maken. Dat je leeft in de fysieke werkelijkheid die recht voor je voeten is. Zoals jij leven wil. Het heeft ook iets met liefde voor schoonheid te maken. Met liefde voor het kwetsbare, het waardevolle. Dat wat bescherming verdient. Het heeft ook iets met respect te maken. Met respect voor het oude, voor dat wat vorige generaties ontwikkelden. Voor wat zij ons nalieten. Het heeft iets met zorgzaamheid te maken. Met de wens dat we zorgen voor de wereld, het mooie erin, en haar inwoners. Niet alleen voor ons eigen hachje. 

Is het dan toch politiek? Of is het persoonlijk? Gaat deze column alleen over mezelf of over de wereld? Schrijf je nu over het persoonlijke of ook een keer over het politieke? Of is dat niet op zo’n manier te scheiden? Wie zei dat ooit ook alweer, dat het persoonlijke politiek is? Ik bedoel het vast net wat anders maar het lijkt wel te kloppen. Dat wat je doet, ertoe doet. Wat je zegt, en hoe je het zegt. Net zoals politieke keuzes ertoe doen. Dat wat vandaag gewoon lijkt niet normaal hoeft te zijn.

Nostalgisch en ook nog moraliserend, dit klinkt eigenlijk niet al te best, echoot het even in mij. En ja, laat mij maar die nostalgische hippie zijn, op mijn meditatiekussen. Het valt niet te ontkennen. And I love it. Een hippie die er wat van vindt.


22 januari ’26

‘Persoonlijke is politiek’ is de titel van een boek van Hedy D’ Ancona.