Als de muziek speelt
Ik de fluiten hoor
De violen zingen
Ze mij raken waar ik wil zijn
Als de muziek speelt
Ik de fluiten hoor
De violen zingen
Smelt mijn verdediging
Mijn angst om
Zo onbeschermd
Te zijn
Zo naakt
Zo alles aan te gaan
Wat er gebeuren wil
In het angstige hart
Voel ik het gemis
Het verlangen naar veiligheid
Dat altijd doorgaat
De violen jubelen
Zij weten het al lang
De fluiten gaan door
Zij kijken niet op of om
Zij kennen alleen de schoonheid
Van het zingende hart
Dat is hun taal
De enige taal
Alsof er nooit iets gebeurde
Nooit iets zal gebeuren
Onvermoeibaar
Tonen zij
Hoe licht het is
De schoonheid
Van zo licht te zijn
3 april ’25